Blue Flower

Vanmiddag hoorden we dat de 1e sectie van ons peleton met behulp van het 1e mortierspeleton en het 1e eskadron twee kampongs in de prak hadden geschoten. In deze kampongs zou zich een bende van 400 tot 600 man verzameld hebben. Bij vieren en zessen waren ze de kampong in gekomen.
Dit alles waren ze door spionnen te weten gekomen. De republiek heeft spionnen, maar wij ook.

Vanavond gingen er geruchten dat we hier morgen weg zouden gaan.

Gisteravond heeft een Indonesische prins hier gesproken. Dat was interessant. Jammer dat hij erg gebroken Hollands sprak, waar door hij af en toe moeilijk te verstaan was.
Hij heeft het over van alles en nog wat gehad, waar ik nu het een en ander over ga vertellen.
Hij sprak onder andere over de samenleving en de eenvoud van de Javanen. De Prins was zelf ook een Javaan.

 In een dessa woont een arme man, wiens huis oud en bouwvallig is. Het dessahoofd komt dat te weten. Hij roept op zekere dag alle mannen van de dessa bijeen. Dit wordt dan besproken en ze geven die arme man met elkaar een nieuw huis, als hij tenminste niet lui is.
De een levert dakpannen, een ander bamboepalen, enz.. Wanneer al het benodigde bij elkaar is, bouwen ze in een dag een nieuw huis. Ja, dat is hier zo klaar.
Ook vertelde hij van de rijstoogst.
Hij vertelde: Mijn rijst is bijvoorbeeld vandaag rijp, dan gaan we morgen samen naar die sawah (het rijstveld) om de rijst aren te plukken. Als nu de zon warm wordt, gaan we snel met de geplukte aren naar mijn huis. Daar eten we en ik geef elke buur een deel van de rijst als loon dat hij mij heeft geholpen.
Als ik nu niet lui en, dan ga ik ook de andere buren helpen en krijg zo de rijst die ik hun gegeven heb, weer terug.

En zo vertelde hij meer. Hij had vanavond sandalen aan, maar als wij nog eens bij zijn paleis op wacht kwamen en we zagen hem op blote voeten lopen, dan moesten we niet denken dat hij geen schoenen meer had en geld zouden moeten inzamelen voor nieuwe. Nee, voor hem was dat heel normaal. Zij waren eenvoudig en nooit rijk. Want mensen die hier geld hebben geven het aan een familielid die het arm heeft.

Vanavond ben ik met N. nog even de stad in geweest naar de pasar om sigaretten en bier te verkopen. Dat gaf mij weer f 24,--
WE hebben ook nog bij een half bloed op kantoor een tijd zitten praten. Hij vertelde dat hij tot twee maanden geleden bij het K.N.I.L. was geweest.
Hij vertelde ook dat de Brits Indiërs hier veel bedorven hadden. Het was zelfs zo erg dat het K.N.I.L. tegen de Brits Indiërs heeft gevochten. Maar het kon ze niets schelen, want het land was toch niet van hun.
Hij heeft ons nog even thuis gebracht.